opc_loader

KAJAKKEN OP DE FILIPIJNEN

Tussen Borneo en Manila ligt een archipel aan eilanden met een biodiversiteit die je maar zelden tegenkomt in Azië, zowel boven- als onderwater. Robinson Crusoe zou zich helemaal thuis voelen op deze last frontier. Met kajak, snorkel en wandelschoenen gingen we over die grens, het paradijs in. Tekst Daan Vermeer, fotografie Eric Prins

Een lodge aan het stran dop de Filipijnen

De golven hier, rondom de noordelijkste eilanden van Palawan, zijn zo speels dat ze over mijn kanariegele kajak heen slaan

Wie ooit eens z'n peddel rondom Bali of Ko Phuket in de zee heeft gestoken, weet wat voor overweldigend gevoel zeekajakken geeft. De golven hier, rondom de noordelijkste eilanden van Palawan, zijn zo speels dat ze over mijn kanariegele kajak heen slaan. Omdat deze Filipijnse kajaks zó gemaakt zijn dat je er eigenlijk op zit in plaats van erin, moet ik me bij elke golf schrap zetten om me er niet vanaf te laten slaan.

Een witte Wangka boot op de Filipijnen

Stoeiend met de golven zie ik links van me, op zo'n honderd meter, een houten bangka, een boot met drijvers aan beide kanten die het stabiel houden op de golven. Er zitten drie donkere mannen op, vast van de lokale Tagbanustam, die vanaf Walviseiland richting vasteland peddelen. Walviseiland is slechts een van de honderden eilanden hier en die naam zegt niemand natuurlijk wat. Het is het eiland waar in 2005 het seizoen van het Nederlandse tv-programma Expeditie Robinson werd opgenomen, zo heb ik me laten vertellen. Over the last frontier gesproken.

Kayakken op de Filipijnen

Lag er zojuist nog een uitnodigend zandstrand met wat palmbomen aan mijn rechterzijde, nu zijn het grillige karstrotsen op nog geen tien meter van mijn kano. Daar waar het zeewater tegen de rotswand aanslaat, barst het van de versteende schelpen en zee-egels. Het doemscenario is dat ik daar met m'n kajak tegenaan wordt gedrukt. En dus is het flink doorpeddelen richting het eiland Miniloc.

Wassende water

De timing is perfect, want het wordt net vloed en daarmee wordt het toegangspad, dat vol staat met zee-egels, langzaam onderwater gezet. Op m'n kajak laat ik me meevoeren met het wassende water, richting de grote lagune op Miniloc. Het is een smaragdgroen meer waar het koraal tegen de waterspiegel aan is gegroeid, zodat ik uit moet kijken waar ik mijn peddel in het water zet. Rondom het meer duiken ruige kliffen het water in, begroeid met tropisch regenwoud. Zou het me al lukken bij de rotsen op te komen, dan is het woud zo ondoordringbaar dat een wandeling er simpelweg niet in zit.

Pangulasian Island op de Filipijnen

Het meer zelf is een ware onderwaterdierentuin vanwege dat koraal, zeeschildpadden en kleine haaien die er rondzwemmen. "Die bijten hoogstens je hand eraf, niet je hele arm", grapt de receptiemedewerker van het resort waar ik overnacht, aan de andere kant van dit eiland. De lagune weer uitkomen, dat blijkt een stuk lastiger. De stroming is nog goed te voelen en al voordat ik weer bij de monding ben uitgekomen, voel ik mijn armen zwaarder worden. Ik neem me voor om, als ik over een paar honderd meter peddelen weer bij mijn resort aankom, van niets dan de zonsondergang en een kokosnoot te gaan genieten.

Oog in oog met makaken

De volgende morgen stap ik vroeg aan boord van een witgeschilderde bangka. We varen een uur, richting het eiland Lagen. In het vroege ochtendgloren sta ik, met een kaart in mijn handen, aan het begin van de jungle trail dat verdwijnt in het regenwoud van het eiland. Na vijftig stappen zit ik er middenin. Geluiden van de branding hebben zich verruild voor onbekende junglegeluiden waarvan ik me afvraag of ze gemaakt worden door vogels of andere dieren. Ook de frisse zeewind komt hier niet, hier is het heet, vochtig en wat donker. Het pad gaat de eerste kilometer steil tegen de berg op, onder hangende lianen door, waardoor het zweet aan alle kanten over mijn lichaam druipt. Dan hoor ik de regen neervallen op het bladerdak meters boven me. Hoewel het regenwoud zijn naam eer aan doet, blijft het hier beneden gewoon droog.

Duiken op de Filipijnen

Plotseling hoor ik geritsel uit de struiken komen. Ik zie een beest langzaam over de grond kruipen, maar door de vele struiken is het moeilijk te zien wat voor beest het is. Zodra ik de lange staart van het grijze beest zie, weet ik zeker dat het een langstaartaap is. Hoewel ze niet snel mensen aanvallen, voel ik me er niet helemaal rustig onder. Ik sta tenslotte in hun territorium. En wat doe je dan? Snel probeer ik de lens van mijn camera te wisselen, maar de apen klauteren de bomen in en zwiepen met lianen van de ene boom naar de andere. Vanaf een afstandje kijken ze mij aan en ik kijk terug door de zoeker van mijn camera. Moet ik proberen die foto te maken of maken dat ik hier wegkom? Terwijl ik een keus probeer te maken, wordt er vanaf linksboven een takje naar me toegegooid. Een grote aap piept en gromt naar me. Ik spreek hun apentaal niet, maar begrijp dat ze hier niet heel erg blij met me zijn.

Ochtendnevel

De klim gaat naar de top van het eiland, waar een adembenemend uitzicht over Bacuit Bay opwacht. Het vergezicht over de eilanden, nog gehuld in de ochtendnevel en met elk hun eigen verborgen stranden en baaien, doet me opnieuw realiseren hoe bijzonder Moeder Natuur is. Nadat ik over de berg ben gewandeld, hoor ik de branding weer. Het pad komt uit op een lege baai, ingeklemd tussen de bergen waar ik net overheen ben geklommen. Waar die regenbui vandaan kwam is me een raadsel, niets dan zon hier. Ik trek mijn flippers aan, zet een snorkelset op en ga het water in. Gisteren, tijdens het kajakken, verbaasde ik me al over het uitbundige onderwaterleven en dat is hier niet anders. Vaak moet je jezelf eerst in een duikpak hijsen en een cursus volgen om wat koraal te kunnen zien. Hier heb je genoeg aan een duikbril want het koraal begint al op een meter diepte.

Naar de haaien?

Na een mango-kaneelpannenkoek en een verse ananas ga ik met Solomon mee in z'n bangka. Onderweg naar het eiland van Coron passeren we Siete Picaios, zeven piepkleine eilandjes. We knopen de boot vast aan een rots voor een plons. "Niet uit de boot springen", waarschuwt hij me, "dan spring je op het koraal namelijk!" Onderwater blijken de eilanden verbonden te zijn door koraaltuinen waarin duizenden vissen rondzwemmen. Zelfs wanneer ik in het water lig, is het oppassen dat ik met m'n flippers niets beschadig. Tafelkoraal, zeeanemonen en vissen in alle kleuren van de regenboog die niet van me opkijken want ze zwemmen te pas en te onpas tegen me aan, alsof ik er niet ben. Wat een luxeproblemen hier in de tropen.
Nu heb ik in de Filipijnen sowieso al het gevoel terug te zijn gevlogen in de tijd. Op het eiland van Coron gaat het er nog primitiever aan toe. De Tagbanuas leven in houten paalwoningen op het water, tegen de rotsen aan met een kano voor de deur. De geur van barbecue hangt in de baai waar we aanleggen, cassave ligt op een houtvuur. We kiezen voor het pad dat ons flink laat klimmen. Wat ik eerder vanaf mijn kano zag, zie ik nu vanaf de top van deze berg. De met regenwoud begroeide kliffen die een lagune induiken, waarvan de kleur het hele kleurpalet tussen kobaltblauw en smaragdgroen opvult. Door de takken zien we rechtsonder ons nog net het kluitje paalwoningen naast het zandstrandje liggen. Het is maar goed dat hier niets mag worden gebouwd, anders was dit eiland allang bezweken onder de resorts.

Het strand op El Nido op de Filipijnen

Het pad duikt achter de top weer bergafwaarts, richting het meer van Kayangan dat middels een grottenstelsel in verbinding staat met de zee. Het brakke water is kraakhelder, spiegelglad en met visjes in de vorm van spijkers die stil in het water lijken te hangen. Door mijn duikbril zie ik hoe de grillige bergen onder water overgaan in stalagmieten en puntige rotsen. Solomon zwemt voor me uit, richting een grot. Als ik door mijn duikbril naar boven kijk, zie ik ver boven de waterspiegel een gat in het plafond zitten waar de jungle verder gaat. Dan doet Solomon een voorstel. "Zullen we, voordat we terugvaren nog naar een wrak in de buurt gaan? Er zwemmen kleine haaien rondom." Zeker babyhaaien die alleen je hand afbijten, in plaats van je arm. Na de haaien bij Miniloc en de wilde apen op Lagen, denk ik dat ik er goed aan doe om weer terug te gaan naar de bewoonde wereld.

Praktische informatie

Ligging & bereikbaarheid

Palawan is een groep van ongeveer achttienhonderd Filipijnse eilanden, gelegen tussen Borneo en hoofdstad Manilla. El Nido is bereikbaar met een 45-seater vanaf Manila, of in zes uur reizen per auto vanuit Puerto Princesa.

Klimaat & beste reistijd

Palawan kent een tropisch klimaat met temperaturen tussen de 27 en dertig graden en een hoge luchtvochtigheid. De beste reistijd is november tot en met mei, in het droge seizoen.

Meer informatie

Undiscovered biedt reizen op maat naar de Filipijnen, waaronder Palawan. Meer informatie vind je op Undiscovered.nl.
 

Onze magazines

Reismagazines van Meridian Travel

GoAmerika Magazine
Canada Magazine
Australië Magazine
Indonesië Magazine
GoNewYork Magazine
WINTER Magazine
Outdoor & Avontuur
WILD Magazine
De Mooiste Rondreizen

 

Lees alles online

Online toegang tot al onze uitgaves

Ontvang ons magazine en krijg tevens online toegang tot al onze publicaties!

Lees verder


Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Aanmelden kan hier

Wild South van Martin Schäfer

BOEK | Wild South van Martin Schäfer

Wild South, portretten uit het zuiden van de Verenigde Staten is een schitterend naslagwerk voor liefhebbers van de Verenigde Staten en dan met name de zuidelijke staten. Auteur Martin Schäfer reisde onder meer door Louisiana, Mississippi, Alabama en Tennessee. 
Lees verder