opc_loader

DE CAMINO AUSTRAL IN CHILI

Patagonië is vooral bekend door de steppes van Argentinië. Maar ten westen van de Andes, in Chili, ligt een heel ander soort Patagonië. Een ruige bergwereld die doet denken aan Noorwegen of Schotland, maar met nog minder mensen en wegen. Hier ligt de Camino Austral. Over billenbutsende bustochten en whisky on very old rocks. Tekst en fotografie Jan Knaapen

Een paard draaft door de modderige hoofdstraat. De hoefslag weerklinkt tegen de gevels van de houten huizen. De berijder trekt zijn brede hoed dieper over zijn gezicht tegen de striemende regen. Bij de bar bindt hij zijn paard vast. Het zou een negentiende-eeuwse scène in Wyoming of Minnesota kunnen zijn. Maar het is de eenentwintigste eeuw en we zijn in Futaleufu, in Chileens Patagonië. De ruiter zal aan de bar wel geen whisky bestellen maar rode wijn of pisco sour. En dan een stevige lunch wegwerken van brood, rundvlees en tortilla. En dat is ook ons plan, want we hebben het gehad met die regen.

Duitse immigranten

Chili is de rand van een continent. Het is plaatselijk niet breder dan 60 kilometer, maar wel ruim 3000 kilometer lang. Over de bekende Pan-American Highway kunt u van noord naar zuid reizen. Eerst door de kurkdroge Atacamawoestijn, waar de Amerikaanse ruimtetelescopen staan opgesteld. De lucht is er namelijk de helderste op aarde: schoon en zonder een molecuul waterdamp. Verder zuidelijk komt u in de gematigd warme streken waar de meeste Chilenen wonen. Hier, rondom hoofdstad Santiage de Chile, wordt de wijn gebotteld die u steeds vaker in de Nederlandse supermarkten aantreft. Beboste hellingen en de hoogste berg van de Andes - de Aconcagua (6959 meter) - vormen de achtertuin van deze Chileense Randstad.

De Pan-American Highway gaat nog verder, door een gebied van vulkanen, dichte wouden en woeste bergstromen. Mapuche-indianen maakten hier nog de dienst uit toen Chili allang een gerespecteerd land was. Pas in de twintigste eeuw hebben blanken zich hier in noemenswaardige aantallen gevestigd. Eerst alleen aan de kust en veilig dicht bij elkaar. Zo ontstond Puerto Montt. Hier merkt u direct dat Chilenen meer zijn dan alleen Spaanse afstammelingen en indianen. Poolse, Britse en Duitse namen sieren standbeelden en straatnamen. En om meteen met dat vooroordeel af te rekenen: de meeste Duitsers stammen af van immigranten die hier lang voor de Tweede Wereldoorlog neerstreken. Bij pension Zimmerman spreekt men inmiddels geen woord Duits meer. Maar de on-chileense gründlichkeit straalt van de gepolitoerde vloeren en hagelwitte lakens af. Om de hoek is het goed schwarzwalderkirschtorte eten bij Konditorei Am Eck. Maar voor een uitgebreide late lunch komt u toch terecht in een van die lange Spaanse bar-restaurants waar mannen met kaplaarzen aan de bar hun pisco sour drinken en Shakira op zes televisies van het plafond af swingt. Pisco sour is lekker! Wat er precies in zit, is ons nooit helemaal duidelijk geworden. Maar het is zoetzuur en bevat ruim voldoende alcohol om na het eten in een diepe siësta weg te zakken.

Verdwaalde boot

In Puerto Montt vonden de bouwers van de Pan-American het welletjes. Verder naar het zuiden viel niet veel eer meer te behalen. Daar lost het land op in een onnavolgbaar kronkelende kustlijn, met talloze eilandjes en diepe fjorden. Maar sinds een jaar of tien gaat er een weg verder: de Camino Austral. En daar zijn we voor gekomen.

De eerste etappe over dit 'zuiderpad' voert naar Hornopirén. De eerste uren rollen we over glad asfalt langs de kust. Dan gaat de bus aan boord van een veerpont, die ons in een uurtje varen naar de overkant van een fjord brengt. De weg gaat verder - deze keer zonder asfalt - door lage bergen, die aan de oostkant in hoog tempo overgaan in veel hogere bergen. Donkere wolkenpartijen wisselen af met strakblauwe luchten. Het ene moment lijkt de schemering in te vallen, het andere stroomt het zonlicht als vloeibaar goud over het land. In de verte glimmen de begletsjerde toppen van de Andes.

Hornopirén ligt aan een baai van een grote fjord. In de haven schaven vissers aan nieuwe boten uit zelf gehakte bomen. Op de graslanden in de baai grazen roodbruine wilde ganzen tussen crèmekleurige merinoschapen. Een drietal hotels leeft van de reizigers die hier gedwongen de nacht doorbrengen. Want de Camino Austral wordt hier weer een waterweg. Het is zo'n 150 km varen naar Caleta Gonzalo en de veerboot vertrekt 's ochtends vroeg. 

De volgende middag. Op volle zee staat een stevige bries en de golfslag is ook niet kinderachtig. Later begint het te regenen, eerst zacht, dan steeds harder. De boot gaat niet bijzonder snel. Het is een open bak, van het type 'rij op en rij af', met nauwelijks beschutting voor de passagiers. Boot en bemanning zijn invallers; de echte boot is stuk, horen we. Tegen tienen zijn we aardig doorweekt en verkleumd. Als we er allang hadden moet zijn, draait de boot naar het oosten, een groot donker fjord in. De wind heeft inmiddels stormkracht bereikt en de boot dobbert als een kermisattractie. Als er een minuscuul lichtpuntje aan de oever opduikt, zwenkt de boot eropaf. Een kwartiertje later wordt de motor stilgezet. Geroep door de intercom. De motor gaat weer aan en de boot zwenkt terug naar het midden van de fjord. Zijn we verdwaald? Drie kwartier later maakt de boot nog zo'n schijnbeweging. Rillend staren we voor ons uit, net als iedereen turend naar een lichtpuntje. Om één uur 's nachts neemt de stuurman plotseling gas terug. De motor wordt in de achteruit gezet en er klinkt geroep, deze keer vanbuiten de boot. Ratelend gaat de laadklep neer. We zijn er.

Sauna

Wáár zijn we eigenlijk? Caleta Gonzalez blijkt geen dorp maar een Centro de Interpretación, een bezoekerscentrum van het park Pumalín. Er is nog volop plaats op de camping maar dat plan hebben we drie uur geleden al laten varen. We huren een cabaña, een houten hutje. Een parkwachter brengt ons erheen met een pick-up. Na een kilometer stappen we alweer uit. Via een smalle hangbrug steken we een diep ravijn over. Na een kwartier lopen over kleine paadjes door het bos bereiken we het houten hutje. Ongetwijfeld ligt het erg idyllisch maar dat zal morgen pas blijken. Onze natte spullen boven de houtkachel veranderen de hut in een sauna.
De volgende ochtend blijkt het uitzicht inderdaad fantastisch. Tenminste, bij goed weer. Na een korte adempauze is de regen nu echt goed losgekomen. We hadden hier een week willen blijven, maar zien daar vanaf. Bij een cappuccino in het restaurant horen we dat hier geen openbaar vervoer komt. Bij voldoende belangstelling komt er een busje uit het volgende dorp, Chaitén. En de belangstelling is ruim voldoende - we zijn niet de enige bezoekers die het voor gezien houden. Met zijn tienen in een minibusje glibberen we het 50 kilometer lange jeepspoor naar Chaitén af. Af en toe wijken de wolken uiteen en vangen we door de beslagen ramen glimpen op van enorme ceders.

Gematigd regenwoud

De volgende dag brandt er een krachtig zonnetje in Chaitén. Tijdens een wandeling door het kleine havenplaatsje stuiten we op een tweede informatiecentrum van het park. Hier ontdekken we wat we gemist hebben. Het park is maar liefst 3200 vierkante kilometers groot en bestaat grotendeels uit regenwoud. Geen tropisch, maar gematigd regenwoud, een bostype dat alleen voorkomt langs de westkust van Chili en in Noord-Amerika. Charles Darwin verkende deze bossen als eerste westerling. Hij was verrukt door de rijke flora en fauna. Het bos was zo dicht dat je over de kruinen kon lopen, beweerde hij.

Maar in de bergen van Pumalín is Darwin nooit geweest. Grote delen van het park zijn vermoedelijk zelfs nog nooit door een blanke betreden. Als het aan de parkbeheerder ligt, blijft dat zo. Dat is niet de Chileense regering, maar de Amerikaan Douglas Tompkins. Deze voormalig eigenaar van The North Face wil koste wat kost voorkomen dat deze oerbossen in triplex en MDF veranderen, zoals elders in Chili nog steeds gebeurt.

Hobbelige bustochten

We gaan verder naar het zuiden. Na een uitstap naar het hooggelegen wildwatermekka Futaleufu, waar we weer wegvluchten voor de regen, reizen we verder zuidwaarts. Het gehotsebots van de bus went, maar echt leuk is het niet. Alleen Carlo, een driejarig jongetje, denkt daar anders over. Staande in het gangpad tussen de stoelen van zijn ouders laat hij zich door de bus zo hoog mogelijk de lucht in gooien.
Hoe leeg kan een land zijn? Buiten zie ik bos, zo ver ik kijken kan. Af en toe kruisen we een zijweggetje met een houten bord. Estancia Marques, Los Pindales en Rio Frio. Het is een land van pioneros, mensen die hun bestaan met blote handen hebben opgebouwd. Gewoon een stuk bos kappen, de bomen tot planken en balken zagen en er een huis van bouwen. Een put slaan, een kraal voor het vee en een moestuin aanleggen. De huizen doen denken aan de vakantiehutten van de Noren: kleurige houten bungalows met golfplaten daken. Alleen wonen deze mensen er permanent. Koeien en paarden grazen tussen twee meter dikke woudreuzen die liggen weg te rotten waar ze ooit gevallen zijn. Weer een bordje flitst voorbij: Se vende: 50.000 hectarias. Niet iedereen houdt het hier vol, zelfs niet als je 500 vierkante kilometer ter beschikking hebt.

Aan het begin van de middag - de weg is wat beter geworden - hangen we knikkebollend in onze stoelen. 'Caballos!' Iedereen schrikt overeind. Carlo roept het nog een keer en wijst opgewonden naar buiten. Daar jagen een stel gaucho's te paard achter een stier aan. Iedereen lacht - en dommelt weer weg.

In de middelgrote plaats Coyhaique komen we een paar dagen bij van de billenbutsende tocht. Maar de Camino Austral gaat verder, en wij ook. Het volgende doel, Cochrane, ligt weer een lange busrit verder. Het is genoemd naar een negentiende-eeuwse Britse avonturier die verschillende Spaanse nederzettingen voor de Chilenen veroverde. Niets herinnert hier nog aan deze woelige tijden, behalve Cochrane zelf, in brons gegoten, midden op het Plaza de Armas. Actie is hier alleen op mooie vrijdagavonden, als de jeugd samenschoolt met ghetto blasters om de Chileense variant van break dance te oefenen.

Voorbij Cochrane is het nog een dag reizen - 224 kilometer - naar Villa O'Higgins, ook genoemd naar een Britse avonturier. Het ligt in een spectaculaire setting van rauwe bergen en gletsjers. Afgelegener dan hier kunt u zelfs in Chili niet wonen. De Camino Austral houdt hier echt op. Verder naar het zuiden verspert de Campo de Hielo Sur, een enorme ijskap, de weg. De Chileense regering vond de bereikbaarheid van dit totaal onbewoonde gebied nu ook weer niet zo belangrijk om daarvoor de bulldozers het ijs in te sturen.

Stampvolle danszaal

Tijd om om te keren. Via Coihayque bereiken we Puerto Chacabuco, een aanlegplaats op de Patagonian Channels-route. Dat is een populaire tocht van drie of vier dagen van Puerto Montt naar Punta Arenas in Vuurland, zonder twijfel een comfortabele manier om de zuidkust van Chili te verkennen. Maar je zit wel steeds op het water. Na twee weken landervaring zijn wij inmiddels juist wel in voor wat water. Tegen de avond schepen we in op de Evangelista voor een driedaagse tocht naar de San Rafaelgletsjer, een uitloper van de Campo de Hielo Sur.
We hebben mazzel: onze kajuit ligt recht boven het voordek. We zien de voorsteven door het donkere water ploegen, een dieprode horizon tegemoet. Het restaurant ligt recht onder ons. Al een uur na vertrek is het veranderd in een stampvolle danszaal. Chileense jongeren kijken toe hoe hun ouders de ene na de andere rumba afwerken. Pas tegen drieën verstomt de muziek.

De ochtend begint druilerig en grauw. We varen door een lang fjord. Af en toe duiken dolfijnen en zeehonden op uit het blauwgrijze water. Tegen twaalven klaart het weer op. Als de boot door een versmalling vaart, schalt plotseling het Chileense volkslied snoeihard over het dek. De Chilenen rennen naar voren. Langzaam maar zeker komt in het oosten een lint van ijs in beeld. Als een reusachtige skipiste loopt het van de bergen de fjord in. Daar drijven ontelbare ijsbergen, sommige zo groot als de boot. 

Whisky

Het wachten is nu op het moment dat we te water kunnen. Speciaal om tussen de ijsbergen te komen, is er een hele serie snelle dingies (rubberboten) meegebracht. Maar de golfslag is te hoog. De Evangelista is eigenlijk een vrachtboot die 's zomers bijklust als toeristenboot. Passagiers moeten de boot verlaten via de laadklep, die daarvoor praktisch op het water gelegd moet worden. Een hachelijke onderneming als de golven daarbij naar binnen slaan. Na twee uur wachten is het zover. Zonder problemen belanden ook de zwaarlijvige passagiers in de dingies. Dan scheuren we op het ijs af. Van dichtbij blijkt dat een sprookjeswereld van fonkelende kristalstructuren en heldere kleuren blauw en groen. Het zijn de kleuren van ruim duizend jaar oude geperste lucht. Want zo lang doet de traag bewegende massa over de 40 kilometer lange weg van bovenop de gletsjer naar beneden.

De dingies worden stilgelegd en er worden bekertjes uitgedeeld. Warme chocolademelk? Nee: whisky, met duizend jaar oude rocks. De Chilenen scheppen de antieke ijsklontjes uit het water en toasten. Voor hen is dit het hoogtepunt van de tocht. Van ons mogen we nog wel wat dichter bij de imposante gletsjerwand gaan. De stuurman knikt en onze vrolijke medepassagiers vinden alles best. Terwijl de andere boten terugkeren, varen we langs de veertig meter hoge ijsmuur. Op veilige afstand, en dat blijkt niet onverstandig. Vlak voordat we terugkeren stort een blok ijs ter grootte van een huis in zee. Vol gas sprint onze dingy voor de golf uit naar de veilige boot.

Onze magazines

Reismagazines van Meridian Travel

GoAmerika Magazine
Canada Magazine
Australië Magazine
Indonesië Magazine
GoNewYork Magazine
WINTER Magazine
Outdoor & Avontuur
WILD Magazine
De Mooiste Rondreizen

 

Lees alles online

Online toegang tot al onze uitgaves

Ontvang ons magazine en krijg tevens online toegang tot al onze publicaties!

Lees verder


Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Aanmelden kan hier

Wild South van Martin Schäfer

BOEK | Wild South van Martin Schäfer

Wild South, portretten uit het zuiden van de Verenigde Staten is een schitterend naslagwerk voor liefhebbers van de Verenigde Staten en dan met name de zuidelijke staten. Auteur Martin Schäfer reisde onder meer door Louisiana, Mississippi, Alabama en Tennessee. 
Lees verder