Zijn we bereid om meer voor onze droomreis te betalen?

Zijn we bereid om meer voor onze droomreis te betalen?

De horizon lonkt als nooit tevoren. Op het moment dat ik dit schrijf – morgen kan alles anders zijn – start de reiswereld weer langzaam op. Na toiletpapier en verbouwingen zijn de vakantiekriebels aan de beurt op de coronabingokaart. Waar de hemel boven onze achtertuinen maandenlang heerlijk rustig was, wordt de blauwe zomerlucht sinds de versoepelingen alweer lustig doorkliefd door vliegtuigen op weg naar twee weken zon, zee en zweterige mondkapjes.

De pandemie heeft ingrijpende gevolgen, waarvan we minstens driekwart nog niet eens kunnen voelen. Reisorganisaties krijgen het steeds moeilijker, en heus niet alleen de zzp’ende verrevakantieboeker op de hoek. De knagende onzekerheid in de hete slipstream van het virus doet een wereldwijde biljoenenindustrie efficiënt de das om. Ook een minuut stilte waard, opdat we nooit vergeten.

Financiële rampspoed daargelaten, is de keerzijde van de stokkende stroom reizigers echter ook behoorlijk zonnig. Zonder vervuilend verkeer herstelt de natuur zich opperbest, broodnodig op plekken als Bali waar je voor de zoek-en-boekcrisis regelmatig het plastic uit je snorkel moest vissen. Ook de locals in steden als Venetië en Barcelona hadden hun stad heel even weer voor zichzelf; een kort, maar o zo weldadig moment dat ook in onze eigen overlopen low-costmetropool Amsterdam met gejuich werd ontvangen. De gedwongen pas op de plaats heeft aangetoond dat de wereld zucht onder onze bandeloze reishonger. Goedkope tickets en de onwrikbare overtuiging dat verre oorden binnen ieders handbereik moeten liggen, jagen een vloedgolf van amateur-Columbussen aan die diepe sporen in de planeet trekt. Omdat we het ontdekken van de wereld tot primaire levensbehoefte hebben gemaakt, hollen we haar langzaam maar zeker eigenhandig uit – net zolang totdat er niets meer te reizen valt omdat ook het laatste stukje paradijs op Aarde is bezweken onder bosbranden, orkanen of plasticsoep. En dus gebruik ik die minuut stilte ook voor bezinning.

Is er een manier waarop we kunnen reizen zonder dat we het gevoel hebben dat we onze droombestemmingen langzaam onder onze rolkoffers verpletteren?

Dat je toerisme aan banden legt, hoeft namelijk niet te betekenen dat je je dromen van Namibië of de Australische Outback van je bucketlist moet schrappen. Maar zijn we bereid om meer voor onze droomreis te betalen? En hoe zorgen we ervoor dat dat geld dan terechtkomt in de wereld die we komen bekijken? Klimaatcompensatie in de ticketprijs zou een begin kunnen zijn. Hogere toeristenbelasting met duidelijke geldstromen richting duurzame stedelijke vernieuwing of natuurbehoud lijkt me ook een win-win­situatie. Een inlootsysteem voor bestemmingen met een maximale bezoekerscapaciteit? Ik kan ermee leven. Op die manier kunnen we met een geruster hart in het vliegtuig naar Dominica of Panama stappen, alleen al omdat de wereld er aanwijsbaar beter van wordt. Het jaar daarop pakken we de trein voor een rondreis door Duitsland, zodat we kunnen sparen voor die langgekoesterde camperreis naar Canada of Utah.

E-mail mij als mensen hun opmerkingen achterlaten –

Harald Kolkman is oprichter van Meridian Travel.

Je moet lid zijn van Meridian Travel om reacties toe te voegen!

Join Meridian Travel

Reacties

  • Prima verhaal. Kan me er helemaal in vinden. De schaal mag iets bescheidener, iets minder vaak heel vedr en veel vaker wat dichterbij.

Dit antwoord is verwijderd.